#ASK Petra van der Kooij

Voor de rubriek #ASK stellen we een aantal vragen aan een boeiend persoon die actief is op het gebied van kunst, design & architectuur in Rotterdam. Het Piet Zwart Institute huisvest de masteropleidingen van de Willem de Kooning Academie in Rotterdam en is dé plek waar studenten hun kennis over kunst, design en kunsteducatie verfijnen. Petra van der Kooij is coördinator van de Master of Fine Art binnen het Piet Zwart Institute en wij vragen haar hoe het is om kunstenaars te begeleiden tijdens hun Masteropleiding.

Hoe zorg je er voor dat het talent van een kunstacademiestudent tot bloei komt tijdens hun master? Op welke manieren worden zij voorbereid op de kunstwereld en welke rol hebben jullie daar in als instituut? En hoe vervul jij je rol daar binnen?

Er worden ieder jaar ongeveer vijftien studenten aangenomen voor de Master of Fine Art en dat zijn dan vaak ook mensen die al vrij goed weten welke kant ze op willen. Wij kunnen hen helpen om nog preciezer aan te geven waar ze voor staan als kunstenaar. Ook bieden wij een professional practice workshop tijdens de tweejarige opleiding, waarin het aanschrijven van fondsen en subsidies centraal staat en hoe je als kunstenaar leert op te komen voor je rechten om bijvoorbeeld naar redelijkheid betaald te krijgen voor het werk dat je maakt in plaats van liefdewerk oud papier. Ons docententeam bestaat uit internationale kunstenaars en kunstcritici die de studenten begeleiden tijdens de tweejarige master, dit gebeurt tijdens studio visits, seminars en group critics. Een eigen studioruimte is daarbij erg belangrijk, een plek waar ze veilig dingen kunnen uitproberen en waar ze kunnen reflecteren op hun werk. We hebben op onze locatie momenteel dertien studio’s met ruime openingstijden.

Maar onze studenten hebben best een zware tijd achter de rug, zij zijn gestart tijdens de pandemie en hebben de opleiding en Rotterdam daardoor op een heel andere manier ervaren. We hebben veel internationale studenten die soms niet weten wanneer ze hun familie weer kunnen zien. Ze hebben ook minder sociale interactie met elkaar, al mochten ze gelukkig wel naar hun studio op onze locatie komen. Maar veel lessen vonden (en vinden nu weer) online plaats en daarmee gaat toch een bepaald element verloren en dat heeft ook invloed op de kunst die ze maken. Het Piet Zwart Institute is een intensief traject, waarin studenten normaliter juist veel met elkaar optrekken, en dat is nu lastiger. Als instituut bedenk je dan: hoe speel je daar op in? Hoe kunnen we hen ondersteunen en hen tegemoet komen in hun individuele behoeften? Maar deze situatie biedt ook kansen. Studenten kunnen nu bijvoorbeeld een gastles krijgen van een kunstenaar aan de andere kant van de wereld, van iemand die we in een normale situatie niet zomaar hadden kunnen laten overvliegen.

Maar omdat je elkaar minder face to face ziet moet je soms iets meer doorvragen om te horen hoe het met studenten gaat. Er zijn bijvoorbeeld dingen die sneller boven tafel komen als je elkaar op de gang even spreekt, dan voelen ze toch een drempel om daar een mail over te sturen. Je weet uit ervaring ook welke momenten het meest zwaar zijn en daar anticipeer je dan op. Bijvoorbeeld als ze net gestart zijn of juist rond het afstuderen. Dan hebben ze vragen over de toekomst en wat ze gaan doen zodra ze zijn afgestudeerd. Zo’n tweejarige studie klinkt lang, maar is dan toch ineens snel voorbij. Onze internationale studenten (zo’n 90% van het totaal) zijn bovendien vaak ver van de mensen van wie ze houden en er moet na aankomst veel geregeld worden in Nederland. Je wilt vooral alle randvoorwaarden goed houden. Het scheelt ook dat ik geen beoordelende functie heb, waardoor het makkelijker is om met mij te praten, soms met een kopje thee. Dat waarderen ze dan ook. Ik ben de eerste waar ze contact mee hebben als ze worden aangenomen en daarmee al snel een vertrouwd gezicht. Ik ben een luisterend oor en soms kan zo’n gesprek leiden tot praktische oplossingen, zoals een aangepast rooster als een student het moeilijk heeft.

Fotograaf Danny Giles

Wat vind je het meest uitdagende en belonende aspect van je werk? Waar krijg je het meeste energie van?

Het is echt bijzonder om te zien hoe iedereen zich ontplooit; de ene vroeger dan de ander, allemaal met verschillende karakters en werkwijzen. Ik vind het belangrijk om samen een plek te creëren waar ze zich veilig voelen en zich kunnen ontplooien. Waar ze werk kunnen maken waar ze trots op zijn. Je wilt vooral dat ze een goede ervaring hebben, in een sfeer waarin iedereen alles aan kan kaarten. Ik krijg energie van het eindresultaat, als je ziet wat voor mooie projecten er uit voortkomen. Kunst laat ons op een andere manier naar de wereld kijken en kunstenaars kunnen ons soms echt nog verrassen, wat toch zeldzaam is. Maar ik krijg ook energie als ik zie dat mensen blij zijn met hun studio in ons gebouw, of als we een interessante gastdocent weten te strikken. 

Hoe zou je jouw band met de stad Rotterdam beschrijven?

Ik ben geboren in Schiedam, maar ik voel me een Rotterdammer. Ik heb een deel van mijn studie hier afgerond en een deel in Leiden. Ik zeg altijd: ik zou nergens anders in Nederland willen wonen. De stad is groot genoeg om te gelden als een metropool, maar klein genoeg om gemakkelijk de afstand van Noord naar Zuid te overbruggen. Er is altijd iets nieuws te ontdekken, er gebeurt altijd iets en de stad vindt zich steeds opnieuw uit. Niet altijd in positieve zin, maar het is nooit saai. Er is veel ruimte voor evenementen en de stad heeft een aantal mooie musea, maar er is ook heel veel mogelijk voor kleine stichtingen en kunstenaars. Je ziet dat veel studenten blijven hangen na hun studie, hier een studio of werkplaats vinden of zelf een space starten. Dat zegt ook wat over Rotterdam, dat dat mogelijk is. Hopelijk blijft dat zo!

Waar kijk jij het meeste naar uit tijdens Rotterdam Art Week?

Ik ben erg benieuwd naar de expositie van Alexandra Phillips als onderdeel van Brutus. Zij heeft voor ons een online gastles verzorgd en het lijkt me leuk om haar werk fysiek te kunnen bekijken. En in PB3 zal tijdens Rotterdam Art Week werk te zien zijn van Willem de Kooning en Piet Zwart alumni.

#ASK Julia Pelealu

Julia Pelealu staat bekend om haar prachtige fotoreeksen waarvoor ze zich laat inspireren door rebelse en onafhankelijke vrouwen uit de geschiedenis. Eigenlijk spreekt de Rotterdamse fotograaf en kunstenaar liever niet teveel over haar werk, omdat ze het veel fijner vindt als de kijker mee wordt getrokken dankzij hun verbeeldingskracht. Ze werd onlangs door Huis van de Fotografie Rotterdam uitgenodigd voor een residentie, een werkperiode waarin ze kans krijgt om haar praktijk te verdiepen. Onlangs trad ze ook toe tot het bestuur van Huis van de Fotografie. Wij stelden haar een paar vragen om meer over haar te weten te komen.

Wat houdt zo’n residentie precies in?

Kort gezegd ben je als ‘artist in residence’ ergens tijdelijk te gast als kunstenaar. Ik werd uitgenodigd door het Huis van de Fotografie om gebruik te maken van het prachtige Tuinkamer Atelier, dat ik momenteel deel met twee andere kunstenaars in de fotografie, namelijk Vivianne Ammerlaan en Sabine van der Vooren. We werken daar ieder aan ons eigen project, maar wonen er niet. Ik wil het wel als artist in residence benoemen, omdat het Huis van de Fotografie voelt als een thuis. Het prachtige pand aan de Westersingel is authentiek en sfeervol. Het is belangrijk dat je een werkatelier hebt wat rust en inspiratie brengt. Veel van mijn werken en toekomstige werken spelen zich af terug in de tijd. Daarom is het pand waar het instituut gevestigd is zeer inspirerend voor mijn nieuw werk. Daarnaast is het Huis van de Fotografie voor én door fotografen. Een plek waar de fotografie centraal staat, een platform voor fotografen. Het Huis van de Fotografie is opgezet door Annet Schipper, Helma Vlemmings en Vivian Ammerlaan. Zij hebben Rotterdam daarmee een plek gegeven waar de fotograaf zich thuis en welkom voelt. Een plek waar je geïnspireerd raakt door andere kunstenaars en hun artworks.

Julia Pelealu – “Never apologize for being a powerful woman”

Waardoor word je het meest geïnspireerd in je werk? 

Je hebt een plek nodig om je als kunstenaar verder te ontwikkelen. Om je met andere kunstenaars te verbinden en te leren van elkaars ervaringen. Dit gebeurt in het Huis van de Fotografie onder andere door middel van fototentoonstellingen. Laatst hebben we ook een Beeldborrel georganiseerd, waar fotografen hun boekwerken presenteerden en hun ervaringen deelden, maar ook hoe je zelf een fotoboek kan maken en wat de mogelijkheden zijn. Dat evenement is met zoveel enthousiasme ontvangen door bezoekers dat we in de toekomst nog meer mooie Beeldborrels en tentoonstellingen zullen organiseren — en zien. Ik word daarnaast het meest geïnspireerd door boeken die ik lees en films die ik kijk.

Hoe zou je jouw band met de stad Rotterdam beschrijven? 

Rotterdam is mijn liefde en deze liefde is oneindig. Geboren in de Afrikaanderwijk op zuid, getogen in IJsselmonde. Een band is zacht uitgedrukt. Rotterdammer ben ik in hart en ziel.

Fotograaf: Saskia Godschalk

Waar kijk je het meest naar uit tijdens de komende editie van Rotterdam Art Week? 

Ik kijk natuurlijk het meest uit naar de Fototentoonstelling in het Huis van de Fotografie. Daarnaast breng ik zeker een bezoek aan Rotterdam Photo, omdat het thema The Human Blueprint volgensmij spannende foto’s gaat opleveren, vooral in de samenleving waar wij nu in leven, waarin ontzettend veel aan het veranderen is. Van werkmaatschappij tot opvoeding van kinderen, wie ben jij en wat wil je? Heel de wereld zit in een transformatie waar zoveel onwerkelijk is, waarbij je ook gaat voelen dat je leeft in een wereld van alleen energie. Dat maakt zoveel los. Daarom denk ik dat kunstenaars met heel spannende artworks gaan komen, ik kan niet wachten om in hun wereld te stappen.

Ook ben ik erg nieuwsgierig naar de tentoonstelling van Chas Gerretsen in het Nederlands Fotomuseum. Hij is journalist en reportagefotograaf. Hij heeft onder andere de oorlog in Vietnam en de staatsgreep in Chili gefotografeert, maar ook beroemdheden. Ik hou ontzettend van geschiedenis en portretten, fotografen brengen de geschiedenis tot leven met beelden en die emotie voel je diep. Ja, ik kan niet wachten waar Rotterdam Art Week mij mee naar toe brengt. Spannend! 

Ontdek het werk van Calder — en zijn invloed op het werk van 10 hedendaagse kunstenaars — nu in de Kunsthal

Er zijn weinig kunstenaars wiens werk zo universeel geliefd is als dat van de Amerikaanse beeldhouwer Alexander Calder. Voor het beroemde kunstverzamelaars-power couple Irma & Norman Braman — de drijvende kracht achter de oprichting van Art Basel Miami — vormde het werk van Calder zelfs de aanleiding om een indrukwekkende kunstverzameling te beginnen. Ze zagen zijn werk voor het eerst in de illustere Maeght Foundation in Zuid-Frankrijk. Irma: “We hadden eerder al wel kunst gezien, maar dit opende echt een nieuwe wereld voor ons.” Afgelopen oktober was er nog een gigantisch sculptuur van Calder te zien op het Place Vendôme in Parijs, ten tijde van de FIAC kunstbeurs. Maar zo ver hoef je niet te reizen: je kunt op dit moment een prachtige tentoonstelling over zijn werk zien in de Kunsthal in Rotterdam. In de verrassende tentoonstelling ‘Calder Now’ vind je overigens niet alleen werk van de kunstenaar zelf, maar ook van tien andere kunstenaars die allemaal beïnvloed zijn door zijn werk: Olafur Eliasson, Žilvinas Kempinas, Simone Leigh, Ernesto Neto, Carsten Nicolai, Roman Signer, Aki Sasamoto, Monika Sosnowska, Sarah Sze en Rirkrit Tiravanija. 

Alexander Calder werd in 1898 geboren in een klein dorpje in Pennsylvania. Het was een artistiek gezin; zijn vader was beeldhouwer en zijn moeder was schilder. Naast zijn vader was ook zijn grootvader een gerenommeerd beeldhouwer. Toch werd hij door zijn ouders niet aangemoedigd om een carrière in de kunstwereld na te streven. Hij besloot dan ook om werktuigbouwkunde te gaan studeren. Calder was in feite al een intuïtieve ingenieur sinds zijn kindertijd — hij maakte zijn eerste kinetische sculptuur toen hij elf jaar oud was — en nu werd daar een theoretische laag aan toegevoegd. Maar het kunstenaarschap zat in zijn bloed en vanaf 1923 volgde Calder ook nog een tweejarige kunstopleiding aan de Art Students League in New York. In 1926 vertrok hij naar Parijs, waar hij de Académie de la Grande Chaumière (kunstacademie) bezocht en kennismaakte met beroemde avant-gardistische tijdgenoten, waaronder Joan Miró, Marcel Duchamp, Hans Arp, Theo van Doesburg en Piet Mondriaan. Vooral Miró en Mondriaan zouden grote invloed op hem uitoefenen. Nadat hij in 1930 een bezoek had gebracht aan Mondriaans studio in Parijs raakte hij geïnspireerd om zijn eerste ‘mobiles’ te maken; lichte, open en hangende draadsculpturen waarin hij beweging, balans en abstracte, biomorfe vormen combineerde. Calder: “Het was mijn bezoek aan Mondriaans atelier dat me abstract maakte. Ik stelde voor dat het misschien leuk zou zijn om een aantal van zijn rechthoeken te laten oscilleren. Hij reageerde met een heel serieus gezicht: ‘Nee, dat hoeft niet, mijn schilderijen zijn op zichzelf al erg snel.’” Calder besloot vervolgens om precies dat te gaan doen: abstracte kunst in beweging laten komen. Later kwamen daar ook grote, stationaire ‘stabiles’ bij. Calder: “Een stabile is iets waar je omheen of doorheen loopt, terwijl een mobile danst voor je ogen.” Overigens was het Duchamp die de naam ‘mobiles’ bedacht en Miró doopte de ‘stabiles’. Calder maakte in zijn leven ook schilderijen, sieraden, kostuums en theatersets. Hij maakte gedurende zijn tijd in Parijs ook een compleet circus van alledaagse materialen, dat tegenwoordig onder de performancekunst zou vallen — een medium dat toen nog niet officieel bestond.

Calder wordt beschouwd als één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de kinetische en moderne beeldhouwkunst. Tegenwoordig vind je zijn werken in vrijwel alle grote moderne en hedendaagse kunstmusea. Wat het werk van Calder zo uniek en vernieuwend maakte is dat hij als eerste beweging toevoegt aan de beeldhouwkunst, een medium dat tot dat moment vooral bekend staat als statisch medium. Een sculptuur wordt niet meer automatisch met een beitel uitgehakt en op een sokkel geplaatst, maar kan zweven in de ruimte. Hoewel hij ook een paar motorisch aangedreven werken maakte staat hij het meest bekend om de werken die worden aangedreven door luchtstromen. Calder had altijd draad en een tang op zak, zodat hij op een geïnspireerd moment direct kon ‘schetsen’ in de lucht.
In de jaren dertig verhuisde Calder terug naar Amerika met zijn vrouw Louisa James — de achternicht van de beroemde auteur Henry James. De jaren veertig en vijftig waren een uitzonderlijk productieve periode voor de kunstenaar. In 1963 koos hij opnieuw voor een atelier in Frankrijk, in Indre-et-Loire. Het land had veel indruk op hem gemaakt en hij gaf veel van zijn werken gedurende zijn carrière dan ook een Franse naam, onafhankelijk van waar hij ze maakte.

Calder was tijdens zijn leven al erg succesvol: hij werd gevierd door de curatoren van het MoMA in New York en in 1943 kreeg hij daar zijn eerste grote retrospectief. Het Guggenheim en het MOCA in Chicago volgden in de jaren daarna. Toch werden zijn werken in die periode nog niet verkocht voor de astronomische bedragen die er nu voor worden neergeteld. Zo kocht Solomon. R. Guggenheim van het gelijknamige museum in 1941 een werk voor 233 dollar (wat nu zo’n 4000 dollar zou zijn) en het MoMA betaalde voor hun eerste Calder slechts 60 dollar, afgedongen vanaf 100 dollar. Ter vergelijking: in 2014 werd er op een veiling van Christie’s maar liefst 25,9 miljoen dollar betaald voor zijn mobile ‘Poisson Volant’ (‘Vliegende Vis’) uit 1957.

Het werk van Calder is op zichzelf al buitengewoon indrukwekkend, maar wat de tentoonstelling in de Kunsthal zo prikkelend maakt is dat ze zijn werk combineren met het werk van tien toonaangevende hedendaagse kunstenaars, die allemaal op hun eigen manier geïnspireerd zijn door zijn oeuvre en innovaties. Deze installaties tarten de zwaartekracht, creëren optische illusies en dagen al je zintuigen uit.

Olafur Eliasson, Expositie ‘Calder Now’. Foto: Ossip van Duivenbode.

Zo vind je in de tentoonstelling ook een andersoortige mobile: een veelvlakkige polyhedron van Olafur Eliasson, die licht reflecteert op de omringende muren. Zijn werk was in 2019-2020 nog te zien in een gigantische tentoonstelling in Tate Modern. De Deense kunstenaar is misschien wel het meest beroemd vanwege de kunstmatige zon die hij een paar jaar daarvoor voor de turbinehal van datzelfde museum maakte. Of de kolossale ijsblokken die hij in 2018 voor het museumgebouw plaatste. Met de twaalf langzaam smeltende blokken ijs van de Groenlandse ijskap wilde hij op een tastbare manier aandacht vragen voor de opwarming van het klimaat. 

Ernesto Neto, ‘It happens when the body is anatomy of time’ (2000), National Galleries of Scotland, Foto: John Mckenzie

Het meest in het oog springende werk in de tentoonstelling is misschien wel het monumentale werk van de Braziliaanse kunstenaar Ernesto Neto. Zijn installatie ’It Happens When the Body is Anatomy of Time’ (2000) bestaat uit geurige kruidnagel, komijn en kurkuma, in grote lycra zakken die in diagonale vormen zijn gepositioneerd in de ruimte. Net als Calder denkt hij buiten de conventionele structuren van wat beeldhouwkunst kan zijn. Zijn grote, vaak halfdoorzichtige sculpturen hebben net als Calders werk biomorfe vormen, geïnspireerd op de natuur en levende organismen. De zachte, geurende buizen nodigen de kijker haast uit om de werken even aan te raken en hoewel de objecten stationair zijn lijken ze wel degelijk beweging te suggereren.

De Amerikaanse kunstenaar Simone Leigh, die de VS volgend jaar zal vertegenwoordigen op de Biënnale van Venetië, is op dit moment één van de meest gevierde hedendaagse beeldhouwers. Ze sleepte verschillende prestigieuze prijzen in de wacht. Leigh gebruikt het medium als een manier om onderzoek te doen naar Zwarte geschiedenis en de historische commodificatie van het Zwarte lichaam. De sterk aangezette, stereotype gezichtskenmerken van Zwarte mensen zijn in de geschiedenis vaak gebruikt door witte mensen in keramieken gebruiksvoorwerpen. Leigh speelt daarmee door de rokken van haar sculpturen soms te voorzien van een oor, als dat van een theekopje. Ze heeft in haar mysterieuze sculpturen vooral oog voor Zwarte vrouwen. Leigh: “Zij zijn weggelaten uit het archief en de geschiedenis.” De beeldhouwer kiest daarbij voor ongebruikelijke materialen en vaak ronde en conische vormen. Ze giet bijvoorbeeld vormen van watermeloenen — een vrucht die in de Verenigde Staten symbool staat voor een racistisch stereotype. Die vorm verwijst ook naar andere negatieve associaties rondom de curves van het zwarte lichaam.

Sarah Sze, ‘Still Life With Desk’ (detail) (2013-2015), Mixed Media, Dimensions variable. © Sarah Sze. Courtesy the artist and Victoria Miro

Sarah Sze gebruikt haar sculpturen juist om iets te zeggen over onze uit de hand gelopen consumentencultuur en de rol die technologie en informatie spelen in ons leven. Net als Calder maakt ze zowel mobiles als stabiles. De Amerikaanse kunstenaar kiest voor haar installaties vaak goedkope, alledaagse materialen en verwijst in de vormen onder andere naar DNA-structuren en het werk van abstracte kunstenaars uit de vroege twintigste eeuw — waaronder Calder en kunstenaars uit het constructivisme en De Stijl. In 2003 sleepte ze de prestigieuze McArthur Fellowship (de “Genius Grant”) in de wacht en ook zij vertegenwoordigde haar moederland op de Biënnale van Venetië. 

in New York wonende Litouwse kunstenaar Žilvinas Kempinas toont in de tentoonstelling één van zijn poëtische en kinetische mobiele sculpturen, waarvoor hij gebruik maakt van de afgewikkelde magneetband van videobanden. Dankzij de toevoeging van een ventilator komen deze linten haast tot leven. Kempinas: “Ik voel me aangetrokken tot dingen die hun eigen banaliteit en materialiteit kunnen overstijgen, om iets anders te worden – iets meer.” Hij toonde zijn werk eerder onder meer tijdens de Biënnale van Venetië en in een grote solotentoonstelling in het MoMA in New York. In 2007 mocht hij de Calder Prize in ontvangst nemen.

De Japanse kunstenaar Aki Sasamoto maakte speciaal voor deze tentoonstelling een nieuw performancewerk. Ze vervult op dit moment een residentie in Atelier Calder in Saché in Frankrijk, in het voormalige atelier en woonhuis van de kunstenaar. Deze, en de andere getoonde kunstenaars zijn allemaal schatplichtig aan Alexander Calder, niet alleen in de vorm, maar ook in de manier waarop hij op een visionaire en innovatieve manier keek naar de mogelijkheden van de beeldhouwkunst. 

Het werk van Calder en tien hedendaagse kunstenaars is nog tot en met 29 mei 2022 te zien in de Kunsthal in Rotterdam. Veel van deze sculpturen en installaties beleven in deze tentoonstelling hun Nederlandse premiere.

#MEET Gilbert Curtessi | STEUR gebouw

Komende Rotterdam Art Week opent het STEUR Gebouw in het Merwe-Vierhavensgebied voor het eerst haar deuren voor publiek. Een  iconisch gebouw, in 1930 ontworpen door de Rotterdamse stadsarchitect Adriaan van de Steur. Destijds gebouwd als kantoor en werkplaats van één van de eerste kolencentrales in Nederland en Elektriciteitsfabriek aan de Galileistraat. Sinds 5 jaar zijn er ruim 35 ondernemers gehuisvest, werkzaam op het snijvlak van kunst, design en technologie.

Een rondgang door het pand brengt je langs de studio van Sabine Marcelis, Dion Soethoudt en Johan Viladrich. Maar ook tref je er Jack Bean catering, Check deelscooters en RanMarine, een milieutechnisch bedrijf dat onder meer robot-haaien ontwikkelde waarmee wereldwijd de wateren gereinigd en gemonitord kunnen worden. De route brengt je vervolgens naar het atelier van beeldend kunstenaars Daniel Mullen, Diana Roig en Massimo Pavan. Je voelt er de energie van de makers.
Wie de initiatiefnemers zijn en wat je er kunt verwachten? Dat lees je hier.

Carissa Ten Tije, STUDIO CTT. Fotografie: Marissa Splinter

STEUR is een initiatief van Gilbert Curtessi en Oscar Middendorp; twee ambitieuze en idealistische ondernemers met een voorliefde voor innovatie en ondernemerschap. Een gesprek met Gilbert Curtessi, een ambitieuze ideeënman, onconventioneel en energiek. Enorm trots op ‘zijn huurders’; een cluster van elkaar versterkende en multidisciplinaire makers, zoals hij zelf stelt. Hij kan niet wachten tot de STEUR-deuren geopend worden voor het Rotterdam Art Week-publiek!

Lamp (Richard Hutten) en spiegel (Sabine Marcelis) te zien in het STEUR gebouw. Fotografie: Marissa Splinter

Waar ligt jouw achtergrond?

“Ik ben afgestudeerd als milieu-geograaf maar ik had graag -net als mijn broer- de Willem de Kooning Academie gedaan. Ik heb altijd een grote voorliefde gehad voor kunst en technologie. Ik heb in Amerika gewoond om me als ondernemer bezig te houden op milieutechnisch gebied, inmiddels ben ik ruim 30 jaar woonachtig en werkzaam in Rotterdam”.

Hoe ben je op het idee gekomen om het verzamelgebouw STEUR te starten?

“Ik heb heel uiteenlopende dingen gedaan; na mijn studie werkte ik onder meer als roadie van een techno artiest Secret Cinema, ook heb ik gewerkt als onderzoeker bij het Havenbedrijf Rotterdam. Ik heb een faillissement doorgemaakt (Happy Shrimp, met restwarmte werden garnalen gekweekt op de Rotterdamse Maasvlakte, red.) en prijzen gewonnen (Sustainability Award, door kunstmest winning uit de afvalstromen van palmolie plantages in Maleisië, red.).
Zo’n 2 jaar geleden kreeg ik de kans om samen met investeerder en compagnon Oscar Middendorp het verzamelgebouw STEUR op te zetten. Hier komt mijn liefde voor kunst, technologie en ondernemerschap allemaal samen en dat is geweldig!”

Wie of wat inspireert jou?

“Als eerste persoon komt bij me op: Joop van Caldenborgh (industrieel en kunstverzamelaar, tevens oprichter/eigenaar van het in 2016 geopende Museum Voorlinden in Wassenaar, red.). Ik heb een aantal coaching-sessies bij hem mogen doen en dat was waanzinnig inspirerend. Het is toch ook fantastisch wat deze man voor de kunstwereld betekent?!”

Fotografie: Marissa Splinter

Wat kunnen we tijdens Rotterdam Art Week verwachten in het STEUR gebouw?

“Een unieke wandelroute door het pand, volledig corona-proof uitgezet. Bezoekers die de route lopen stappen een levend (en werkend) museum binnen en ervaren live hoe technologie, ondernemerschap, kunst en design samensmelten. Aan de hand van installaties, verrassende interventies en creatieve checkpoints toont STEUR hoe de bedrijvigheid van vandaag de kunst van morgen is”.

Top 3 Must-See tips tijdens Rotterdam Art Week?

1. Een installatie van Brian Elstak (werkt samen met o.a. Adidas, The Black Archives en War Child) in de ruimte van fotostudio Premium Inc.
2. Live werk van gastkunstenaar Jeroen Koolhaas, tevens bekend van Favela Paiting, maakt werk i.s.m. Sotiris de Wit van STRS
3. Archief verkoop van Studio Sabine Marcelis.
Maar ik ben ook trots dat de installaties van Morph.love collective en het werk van Gyz La Rivière & Carlijn Petermeijer getoond wordt, naast het werk van vele andere makers. Het is met name het multidisciplinaire karakter van STEUR dat zo uniek is!”

WasteSharks. Fotografie: Marissa Splinter

Waar liggen de ambities voor het STEUR gebouw?

“Die zijn heel uiteenlopend maar de basis ligt in het verder ontwikkelen van een inspirerende omgeving waar designers, makers en kopers elkaar ontmoeten. We hebben ook het plan om een sociëteit op te richten, CBC Steur, waar professionals uit de maakindustrie kunnen samenkomen.
Maar ook de renovatie van het monumentale deel van het STEUR gebouw staat op de wishlist en het uitbreiden van de ruimtes in het gebouw en het bouwen van nieuwe gebouwen.
Voor het eerst zijn we partner in de Rotterdam Art Week; voor ons de start van een nieuwe fase waarin we de uiteenlopende ambities kunnen gaan waarmaken!”

Naamswijziging Witte de With is een feit

Kunstinstituut Melly is met ingang van 27 januari 2021 de nieuwe naam van het instituut dat voorheen bekend stond als Witte de With Centrum voor Hedendaagse Kunst. Wat er aan voorafging.

De presentatie-instelling, opgericht in 1990 is gevestigd aan de Witte de Withstraat. Op 14 juni 2017 publiceerde een groep culturele professionals, kunstenaars en activisten een Open brief aan Witte de With. In deze brief werd het instituut erop aangesproken dat zij zich bezighielden met een kunstproject over dekolonisatie zonder, in eerste instantie, stil te staan bij de naamgever van het instituut. Deze naam is afgeleid van de straat waarin het instituut gevestigd is, die op haar beurt vernoemd is naar een zeventiende-eeuwse Nederlandse vlootvoogd van de VOC en de WIC: Witte Corneliszoon de With. De Open brief maakte diepe indruk op het instituut en leidde niet alleen tot een doorbraak in een doorlopend debat over het proces van dekolonisatie in Nederland, maar de kritiek maakte het centrum ook bewust van de noodzaak om het werk over de vraagstukken rondom representatie te versterken. In het licht van deze prangende kwestie kondigden ze op 7 september 2017 het voornemen aan om de naam te veranderen. Op 27 juni 2020 werd de dertig jaar oude naam ‘Witte de With Centrum voor Hedendaagse Kunst’ ingetrokken.

Antiracismeprotest waarbij de gevel van de kunstinstelling in de Witte de Withstraat werd beklad met verf. Leden van het ‘Helden van Nooit-kunstcollectief’ voerden de actie ’s nachts uit, juni 2020. In een verklaring zeggen de activisten dat ze “onterechte helden in de juiste context willen plaatsen”. Bron: Noordhollands Dagblad. Beeld: EPA / ROBINUTRECHT

Naam verwijst naar het afleggen van verantwoording, kwetsbaarheid en reactievermogen

Directeur Sofía Hernández Chong Cuy stelt dat: ‘de naamsverandering van het instituut een antwoord is op een bredere tendens van dekolonisatie; de nieuwe naam kan dit moment op geen enkele manier negeren. In die zin is ons doorlopende project Melly symbool komen te staan voor een werkwijze die steunt op publieke betrokkenheid, diepgaand luisteren en collectief leren. Het is een naam die verwijst naar het afleggen van verantwoording, kwetsbaarheid en reactievermogen, en die verzekert dat we ons blijven ontwikkelen tot een steeds meer gastvrije en onverschrokken culturele instelling.’

Melly , vrouwelijke ‘anti-held’

De naam ‘Melly’ verwijst oorspronkelijk naar het permanent aan de gevel geïnstalleerde kunstwerk ‘Melly Shum Hates Her Job’ (1990) van de Canadese kunstenaar Ken Lum. Dit kunstwerk heeft lokaal een iconische status verkregen en werd op breed publiek verzoek teruggeplaatst. ‘Melly’ is komen te staan voor een vrouwelijke ‘anti-held’ uit de arbeidersklasse, maar ook voor een nieuwe relatie tussen het instituut, de straat, de stad en de bijbehorende gemeenschappen.

Boijmans in de Stad – Human Power Plant | Kunst als onderdeel van de energietransitie

Nu Boijmans Van Beuningen gesloten is voor de renovatie en vernieuwing van het museum, is er tijd om projecten in de stad te ondersteunen. ‘Boijmans in de Stad’ is het social design-programma van het museum. Het wordt ingezet om sociale innovaties in de stad aan te jagen, vanuit design en kunst.

Dat gebeurt onder meer in Bospolder-Tussendijken (BoTu), een Rotterdamse volkswijk in de top vijf van de armste postcodewijken in Nederland. Deze wijk wordt de proeftuin voor de energietransitie door een nieuw warmtenet aan te leggen en alle huishoudens van het gas te halen.
Museum Boijmans Van Beuningen werkt hier met buurtbewoners, wijkwerkers, kunstenaars en beleidsmakers aan een denkbeeldig scenario van een inclusieve, energie-neutrale wijk.

Volgens de kunstenaar Melle Smets, een van de deelnemers en lid van het collectief Human Power Plant, wordt er in het plannen van de Rotterdamse energietransitie te weinig gesproken over de belangen van de bewoners en wat de transitie op levert voor mensen die minder te besteden hebben. Of anders gezegd: “een onvermijdelijke opgave als de energietransitie kan ook kansen bieden om te bouwen aan een inclusieve en weerbare stad en leefomgeving”, aldus Smets.

Buurtparticipatie
In BoTu wonen veel verschillende groepen met heel diverse achtergronden. Samen hebben deze groepen heel diverse kennis over hoe we met energie omgaan. Hoe we het maken, gebruiken en besparen. Het Human Power Plant team verzamelt deze kennis onder leiding van Beekhuizenbindt en als inspiratiebron voor een klimaat neutrale toekomst, zonder fossiele brandstoffen. Zo wonen er in BoTu veel ouderen, die al twee energietransities doorstaan hebben: de hongerwinter in WO2 en de omschakeling van kolen naar gas rond 1968. BoTu is ook altijd een migrantenwijk geweest. Dit is een internationale denktank over energietips. Bijvoorbeeld hoe kookte jouw familie in de bergen van Eritrea, Marokko, Kaapverdië of ander delen van de wereld? Het Zelfregiehuis Delfshaven organiseert ook workshops met de buurtkinderen (die volwassen zijn als de wijk energieneutraal is) om vanuit hun eigen fantasie een fossielvrij BoTu te verbeelden. Het project wordt vastgelegd door fotograaf Florian Braakman, ook inwoner van BoTu. Thamar Kemperman maakt participatietheater, Bakkerij de Eenvoud bouwt het eerste prototype voor een gemeenschappelijk vuur, Wewatt levert twee menskrachtcentrales om stroom op te wekken.

Wat is dan het toekomstscenario?  
Melle Smets: “Buurtbewoners putten energie uit lokale bronnen, zonne- en windenergie. Huishoudelijke taken worden gemeenschappelijk georganiseerd. De pleinen in de buurt zijn uitgerust met openbare keukens, kantines, badhuizen, wasruimtes en toiletten. Het energieverbruik is hierdoor enorm verlaagd en het algemeen welzijn is spectaculair toegenomen”.

De vorderingen van het scenario BoTu / HUIS VAN DE TOEKOMST zijn te volgen op: www.huisvandetoekomst.org

Nederlands Fotomuseum opent de Eregalerij van de Nederlandse fotografie

Tijdens de Rotterdam Art Week opent in het Nederlands Fotomuseum de Eregalerij van de Nederlandse fotografie.

Er worden 100 foto’s getoond en de beelden hebben stuk voor stuk iconische waarde, door hun maatschappelijke en artistieke betekenis. Samen vertellen zij het verhaal van het begin van de fotografie in Nederland tot de tegenwoordige tijd (1841-2021). De hoogtepunten, de vernieuwingen, de enorme stappen die fotografen maakten tussen de uitvinding van de foto tot aan de innovaties aan het begin van de 21ste eeuw. Speciaal voor de Eregalerij is een extra zaal van 2.000 m2 toegevoegd aan het museum. Bij elke foto wordt informatie gegeven over de achtergrond en de reden waarom juist déze foto in de Eregalerij is opgenomen en wat het beeld zo bijzonder maakt.

Welke foto’s en fotografen precies een plek zullen krijgen in de Eregalerij van de Nederlandse Fotografie wordt bij opening in januari 2021 bekend gemaakt. Dat lees je vanzelfsprekend eind januari, in een volgend artikel hier op de website.

Birgit Donker, directeur Nederlands Fotomuseum:

‘De Eregalerij van de Nederlandse fotografie is een lofzang op de fotografie in Nederland en op de vele fotografen, die door hun innovatief inzicht dit medium hebben gemaakt tot wat ze nu is. Fotografie heeft een ingrijpende ontwikkeling doorgemaakt in techniek en in maatschappelijke functie. De foto’s vertellen even zo veel verhalen, laten zien dat er vele verschillende perspectieven zijn. Ik ben ervan overtuigd dat het publiek deze iconische beelden in het hart sluit. Hiermee verstevigt het Nederlands Fotomuseum zijn betekenis als een nationaal museum, met internationale uitstraling, maar ook stevig verankerd in Rotterdam’.

Birgit Donker. Fotografie: Vincent Mentzel

Enorme fotografie-ontwikkelingen; van daguerreotypieën tot digitaal
De foto’s in de Eregalerij zijn afkomstig uit verschillende verzamelingen: allereerst uit de rijke collectie van het Nederlands Fotomuseum zelf, maar er zijn ook belangrijke bruiklenen uit onder meer het Rijksmuseum, Museum Boijmans van Beuningen, Amsterdam Museum, Stadsarchief Amsterdam en vele privécollecties van fotografen of hun nazaten. De galerij begint met de vroegste voorbeelden van foto’s, de zogenoemde daguerreotypieën, en toont werk van tientallen fotografen die grenzen opzochten en overgingen, via de zwart-wit- naar de kleurenfotografie, tot het digitale tijdperk. 

Opdracht
De keuze voor de foto’s in de Eregalerij werd gemaakt door een commissie bestaande uit: Frits Gierstberg, curator Nederlands Fotomuseum (voorzitter), Khalid Amakran, fotograaf, Mattie Boom, conservator fotografie Rijksmuseum, Loes van Harrevelt, curator Collecties Nederlands Fotomuseum, Kevin Osepa, fotograaf, Secretaris: Guinevere Ras, junior curator en specialist meerstemmigheid.

De opdracht aan de commissie werd gegeven door Birgit Donker, directeur van het Nederlands Fotomuseum. De vraag aan de commissie was een selectie te maken van foto’s die gezamenlijk een overzicht bieden van de Nederlandse fotografie tussen 1841 en 2021. De commissie baseerde haar keuze op de criteria artistieke en maatschappelijke relevantie, vernieuwing en meerstemmigheid.

Selectie uit vele duizenden foto’s
Speciaal gaat het om foto’s die betekenisvol zijn of zijn geweest voor de ontwikkeling van de Nederlandse fotografie. Tevens was de vraag aan de commissie om een overzicht te maken dat toegankelijk is voor een breed publiek maar ook verrassend is voor de kenners, dat chronologisch zoveel mogelijk gelijkmatig verdeeld is, dat inclusief is en meerstemmig en hoofdzakelijk -maar niet exclusief- afkomstig is uit de collectie van het Nederlands Fotomuseum. Gedurende enkele maanden kwam de commissie vijf keer bijeen om uit vele duizenden foto’s de selectie te maken.

99 + 1
De Eregalerij bestaat uit 100 iconische werken, maar zal één lege lijst bevatten. Die plek staat symbool voor de foto die – bewust of onbewust – niet is gekozen óf niet is opgemerkt, dan wel niet bekend was of (nog) niet werd gewaardeerd. Het publiek mag deze ‘onbekende foto’ zelf invullen en de Eregalerij nodigt op deze manier uit tot discussie. Vanuit de ‘onbekende foto’ ontwikkelt het Nederlands Fotomuseum bovendien een programma met lezingen en debatten over ‘witte vlekken’ in de fotogeschiedenis, nieuwe perspectieven en meerstemmigheid.

Depot Boijmans Van Beuningen; de trots van cultureel Rotterdam

Nog niet te bezoeken tijdens de komende Rotterdam Art Week; het Depot opent in het najaar van 2021 pas haar deuren voor het publiek. Wel lees je hier alvast de ins & outs, feiten en achtergronden.

Depot Boijmans Van Beuningen is het eerste depot ter wereld dat toegang biedt tot een complete collectie. De dynamiek van het depot is een andere dan die van het museum: hier worden geen tentoonstellingen gemaakt, maar kun je – zelfstandig of met een gids – grasduinen tussen 151.000 kunstwerken. Ook kun je meekijken met bijvoorbeeld conservering en restauratie.
Objecten staan ingepakt, hangen aan een stellage of zijn uitgestald in een kast of tentoongesteld in een van de dertien gigantische glazen zwevende vitrines in het atrium. Prenten, tekeningen en foto’s worden afgesloten bewaard. Bezoekers kunnen aanvragen indienen om werken uit deze collecties te bekijken. De film- en videocollectie kan worden geraadpleegd in speciale kijkcabines. 

Restaurant en dakbos op 35 meter hoogte
In het depot, ontworpen door Winy Maas, mede oprichter van architectenbureau MVRDV, krijg je niet alleen een kijkje achter de schermen van een museum. Naast de verschillende ruimtes voor opslag en verzorging heeft het depot op 35 meter hoogte een restaurant en een dakbos, dat recent is bekroond met een Rooftop Award.

Duurzaam depot
In het depot worden werken bewaard en getoond op basis van hun klimatologische eisen, in plaats van op basis van kunststroming of tijdperk. Er zijn vijf verschillende klimaatzones, passend bij verschillende materialen als metaal, plastic, papier, zwartwit- en kleurfotografie. Blikvanger van het ontwerp is het atrium met de elkaar kruisende trappen en de grote glazen vitrines met kunstwerken.
Het gebouw is zo ontwikkeld dat het de optimale condities biedt voor de kunst en toch zo efficiënt mogelijk met energie omgaat. Bij de constructie wordt zo veel mogelijk gewerkt met duurzame materialen.

Commerciële functie depot
In aanvulling op de rol als machinekamer van het museum, krijgt het depot ook een commerciële functie. Een deel van het gebouw kan worden gehuurd als opslagruimte voor kunst van privéverzamelaars, bedrijfscollecties of andere musea, die deze ruimtes op hun beurt kunnen openstellen voor het publiek.



Sjarel Ex en Ina Klaassen, directie Depot Boijmans Van Beuningen:

“Dit is een werkgebouw, waarin we onze wereldcollectie op en top verzorgen terwijl het toch open is voor het publiek. Volgend jaar is de gehele kunstcollectie van het museum sinds 1935 weer op één plek te zien. We zijn ervan overtuigd dat het toegankelijk maken van de collectie, laat zien hoeveel we erom geven en hoe goed we ervoor zorgen. Dat is iets waar de inwoners van Rotterdam trots op zullen zijn; iets dat zij met eigen ogen willen zien, want zij zijn deels eigenaar van deze enorme kunstschat.”

Nog een aantal feiten en cijfers op een rij:

• Depot: 39,5 meter hoogte. Dakterras op circa 35 meter hoogte • Diameter gebouw: onderin 40 meter, bovenin 60 meter, 15.541 vierkante meter vloeroppervlakte • Gevel: 6.609 vierkante meter glas met daarop 1664 spiegels. • 5 verschillende klimaatzones • 4 professionele restauratieateliers • BG en zes verdiepingen met kunst – op de 6e verdieping een restaurant, dakbos en uitzicht • 1.900 vierkante meter depot verhuur bestemd voor particuliere verzamelaars Depot Boijmans Van Beuningen opent in het najaar van 2021 • Openingstijden depot: dinsdag tot en met zondag: 11.00 – 18.00 uur • Openingstijden restaurant: dinsdag tot en met zondag: 11.00 uur – sluit keuken 22.00 uur


Depot Journaal 1Download
Depot Journaal 2Download
Depot Journaal 3Download
Depot Journaal 4Download


Rotterdam Art Week 2022

Naar aanleiding van de persconferentie van 14 januari is besloten om de Rotterdam Art Week te verplaatsen naar 18-22 mei. Het festival voor kunst-, design- en architectuurliefhebbers zal dan in het voorjaar met diverse beurzen, speciale openingen, tentoonstellingen in musea en kunstinstellingen, pop-up exposities en Open Ateliers het kunstklimaat in de stad weer versterken en verlevendigen.


Wij hopen eenieder van 18 t/m 22 mei te verwelkomen in Rotterdam.

Alle up-to-date informatie lees je op deze website. En voor een terugblik op de Zomereditie van de Rotterdam Art Week, afgelopen juli: klik op onderstaand linkje.

Rotterdam Art Week 2021

Rotterdam Art Week 2021

Rotterdam Art Week 2021 | 30 June – 4 July

Due to the extension of lockdown, the Rotterdam Art Week is being postponed until the summer and will now be held from 30 June to 4 July 2021. Art Rotterdam will then too be the heart of this festival dedicated to art, design and architecture enthusiasts. This summer, the city’s art climate will be strengthened and revived with special openings, exhibitions in museums and art institutions, lectures, guided tours, debates, pop-up shows and various fairs.